Burgerlijke ongehoorzaamheid – Henry Thoreau
Met gevaar voor eigen leven zijn we voor de tweede keer bij elkaar gekomen. De straten waren spekglad, de lucht voelde ijzig koud aan en de daken waren bedekt met een goede laag sneeuw. Een mooie avond om een klassiek essay te bespreken: “Burgerlijke Ongehoorzaamheid Is Een Plicht” (oorspronkelijke titel “Civil Disobedience”) van Henry David Thoreau.

Iedereen was zeer onder de indruk van het essay dat nog geen vijftig pagina’s bevat. Het is bijzonder romantisch geschreven. Aandoenlijk. Dromerig zou ik bijna willen zeggen. Thoreau (de naam die ik volgens mij nog nooit in een keer goed heb geschreven…) schrijft op een persoonlijke manier zijn frustratie over de maatschappij waarin hij leeft van zich af. De vergelijking met boeken van CrimethInc kwamen verschillende keren in me op. Ik word waarschijnlijk gestenigd door menig linkse rakker voor deze vergelijking, maar goed…
De discussie brandde direct goed los doordat de vraag/ stelling werd geopperd of er wel ruimte voor burgerlijke ongehoorzaamheid is in een democratie. Nee, werd stellig gezegd. Er worden wel eens acties van burgerlijke ongehoorzaamheid door de vingers gezien, maar in de praktijk worden strafbare handelingen niet vrijgesproken omdat zij van politieke of idealistische aard zijn.
Bovendien wordt gezegd dat de wetten er nu eenmaal zijn en er zijn wegen om je stem te laten horen wanneer je ergens niet mee eens bent. Daar heb je het maar mee te doen. Even door de zure appel heen bijten, niet het verwende kind spelen die zijn zin niet krijgt. Het is nu eenmaal zo.
Jij en ik weten allebei dat dit kul van de bovenste plank is. Staten en regeringen begaan de meest vreselijke misdaden, al zolang zij bestaan. Waar halen deze zelfde instituten het lef vandaan om te zeggen dat wij ons aan hun regels en wetten moeten houden!? Jij en ik weten ook dat de weg in de richting van een vrije samenleving zich niet laat leiden door wetten opgelegd door deze instituten.
Citaten
Ik heb het in een zucht uitgelezen en ik heb er van genoten. De ene prachtige oneliner na de andere lees ik en ben door dit prachtstukje benieuwd geworden naar zijn andere werk. Ik wil je een paar citaten niet onthouden en heb besloten aan de hand van deze citaten mijn interpretatie uit te leggen.
“Het is niet wenselijk even groot respect op te brengen voor de wet als voor wat juist en rechtvaardig is”
Ik verbaas mij over het feit hoe snel mensen geneigd zijn om zich niet alleen aan de wet te houden, maar ook de wet als absolute waarheid te beschouwen. Daden niet verrichten omdat het niet mag van de wet is absurd, evenals daden verrichten omdat het toegestaan is door de wet. Om de wet als beweegreden voor je daden te gebruiken vind ik een slecht excuus om geen verantwoordelijkheid te nemen voor je daden. Aan iedere politieagent die zegt slechts zijn werk te doen; neem ontslag en word boer.
De wet is constant in beweging, ze verandert voortdurend. De wet is mensenwerk. Het is geen toeval dat de wetten zich voortdurend buigen naar de machthebbers om hen te beschermen. Reden te meer om kritisch te staan tegenover de wet.
Stiekem weten we dit allemaal. Bijna iedereen loopt wel eens door wanneer een stoplicht op rood staat. We kijken goed of er geen bus of auto of een ander levensgevaarlijk voertuig aan komt en vervolgens beslissen we zelf dat we kunnen wandelen. Het is een flauw voorbeeld, ik geef het toe…
De essentie is echter minder flauw. Je beslist namelijk zelf wat goed voor je is. Je overweegt, je denkt na en vervolgens neem de beslissing. Je neemt zelf vervolgens de verantwoordelijkheid voor je beslissing. Daar hoeft geen wet aan te pas te komen.
Op gemeenschappelijk niveau is dit wederom van toepassing. Een gemeenschap kan prima zelf beslissen wat het nodig heeft om te kunnen functioneren.
“Ik kan geen moment een politieke organisatie erkennen als mijn regering, die tevens de regering is van slaven.”
Thoreau was een groot voorstander van de afschaffing van de slavernij. In deze tijden is dit citaat nog altijd van kracht. Nu zijn de slaven echter niet meer duidelijk aan te wijzen, de ketenen zijn niet duidelijk zichtbaar. De slaven werken aan de andere kant van de wereld om de Westerse luxe hoog te houden. De slaven worden subtiel gedwongen tot consumeren van producten die zij niet nodig hebben. De ketenen zijn de ID-plicht, de kilometerheffing, de vingerafdrukken, de bonuskaart van de Albert fucking Heijn!

Dat is mijn reden om nooit te geloven in een politieke partij. Een politieke partij erkent deze vorm van samenleven, een samenleving die gebouwd is over de ruggen van slaven. Een samenleving die alleen voort kan bestaan door slavernij in stand te houden. Het is een systeem waarin de ene boven de andere staat, en dat gaat mij te ver. De enige politieke partij waarin ik mij zou kunnen vinden is de politieke partij die voor de afschaffing van dit systeem is en erkent dat alle politici leugenaars zijn. Geen uitzonderingen daar gelaten.
“Zelfs als u stemt voor wat juist en rechtvaardig is, betekent dat niet dat u er iets voor doet.”
In de discussie over stemrecht/ stemplicht wordt regelmatig het cliché gebruikt; “Als je niet stemt, moet je ook niet zeikenâ”. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat de enige manier van je stem uitbrengen plaats vindt in een stemhokje. Dat vind ik niet erg creatief. Ik kan mijn stem prima uitbrengen via picketlines, via directe actie, via bezettingen. Jawel, via burgerlijke ongehoorzaamheid!

Op het moment dat je stemt en vervolgens gaat zitten wachten, gebeurt er nooit iets. De verandering kan alleen van onderop komen, vanuit onszelf. De vrije en eerlijke samenleving die we zo graag willen zien, zullen we zelf moeten creëren. Niemand anders gaat het voor ons doen.
Ook als je kiest niet te stemmen, stem je toch. Wellicht is dit wat Thoreau bedoelde met juist en rechtvaardig. Maar dan nog heeft deze “niet-stem” geen enkele waarde, het brengt geen enkel verschil. De niet-stem heeft pas waarde als er een werkelijke, fysieke daad tegenover staat. Daden verrichten omdat het rechtvaardig en juist is, daar gaat het om.
In de discussie die we met de leesclub hadden, kwam bij mij al snel een wrang en bitter gevoel bij de woorden “juist” en “rechtvaardig”. Wie beslist immers wat juist is? Er zijn tal van gruwelijkheden gepleegd omdat men er van overtuigt was dat het “juist” was. Niemand had een passend antwoord. We hebben het gehad over een empirisch toets-moment, de rechtvaardigheid bij jezelf en anderen toetsen, wederzijds respect… het is en het blijft een bijzonder moeilijke kwestie.
“Handelen uit principe “onderkennen en doen wat juist en rechtvaardig is” brengt verandering in dingen en relaties; is in wezen revolutionair en is niet volledig in overeenstemming met alles zoals het was.”
Handelen om de vrijheid, de anarchie, te verwezenlijken. Vrijheid voor mens, dier en milieu. Iedere poging om deze vrijheid te pakken betekent dat er iets moet veranderen. Dat wil zeggen dat niets in deze samenleving kan blijven zoals het is. Alles wat gebouwd is op de fundamenten van de uitbuiting van het kapitalisme zal ineenstorten. Klinkt revolutionair, niet waar?
Handelen uit het principe van de vrijheid is werkelijk de erkenning van je idealen. De daad bij het woord voegen is voor mij belangrijker dan het uiteindelijke doel te bereiken.
Dit gaat gepaard met een strijd. Sommige aspecten van de strijd kunnen makkelijk overwonnen worden en dan zal de strijd meer symbolisch zijn. Andere aspecten van de strijd zal zeer letterlijk en fysiek plaatsvinden.
Het gaat er immers om dat de vrijheid wordt genomen. Die vrijheid is er al, het moet uit de handen genomen worden door zij die het in handen hebben. De regeringen, de grootgrondbezitters, de bazen, de directeuren. Zij zullen er alles (werkelijk alles) aan doen om deze macht te behouden. Zolang hun macht niet in het gevaar komt zal de strijd geen nare gevolgen met zich mee brengen. Zodra hun macht wel in het geding komt, zal de strijd hevig losbarsten. Laat ons daar op voorbereid zijn…
“…Maar de rijke is altijd verkocht aan de institutie die hem rijk maakt. Heel scherp komt het er op neer dat hoe meer geld iemand heeft, hoe minder deugdzaam hij is; want geld komt tussen de mens en zijn doelstellingen te staan en realiseert die voor hem; en dat is beslist geen grote verdienste.”
Ik heb verder niets toe te voegen het bovenstaande citaat. De ironie is dat zelfs de armste mensen in Nederland altijd nog vele malen rijker is dan mensen uit de armste gebieden van de wereld. Het citaat zou dus kunnen suggereren dat wij allemaal minder deugdzaam zijn. En dat is beslist geen grote verdienste.
Laten we eerlijk zijn. Wij, hier in het rijke Westen, hebben het over het algemeen goed. Wij zijn degenen die veel moeten inleveren als de rijkdom eerlijk verdeeld gaat worden. Wij zijn degenen die totaal verslaafd zijn aan de fossiele brandstoffen. Wij zijn degenen die zich niet meer kunnen herinneren hoe rode kool er uit ziet, die niet weten wat de groenten van het seizoen zijn. Laat staan hoe wij de groente zelf moeten zaaien en oogsten. Onze samenleving (met name de steden) zijn compleet afhankelijk van toevoer van buitenaf.
Terug naar het citaat. Deze rijkdom is duidelijk tussen de doelstellingen van een gezonde gemeenschap komen te staan en realiseert die voor haar, om de redenering van Thoreau te volgen. Hier doe ik nog een extra schep bij op. De rijkdom realiseert niet alleen de doelstellingen, de rijkdom biedt talloze mogelijkheden die totaal nutteloos en zelfs schadelijk zijn voor een gemeenschap. De rijkdom die binnen het kapitalisme centraal staat is het enige werkelijke belang. Alles is ondergeschikt om dat doel te bereiken. Gevolgen op lange termijn (hiermee doel ik op de gezondheid van de mensen, dieren, het milieu) worden genegeerd of onderschat.
Bovendien is rijkdom als doel onhaalbaar. Wanneer heb je je doel bereikt? Als je met biljetten van honderd euro je billen kan afvegen? Als je Hummer niet meer naast je Porsche in de garage past? Als je verdwaalt in je eigen kasteel?
Het is nooit genoeg. Mensen die rijkdom als doel hebben, zouden eindeloos door kunnen gaan met hun vernietigende manier van leven. Het heeft niets te maken met deugdzaam zijn, het heeft niets te maken met verantwoordelijkheid nemen. Het heeft alles te maken met hebzucht en egoïsme.
Laten we deze rijkdom laten voor wat is. Laten we ons richten op onze oprechte deugdzame doelstellingen. Een gemeenschap opbouwen waar rijkdom gezien wordt als een collectief goed.
Wacht, laten we de rijkdom vooral niet laten voor wat het is. Laten we deze rijkdom steen per steen afbreken (en het liefste met hele gebouwen te gelijk!). Hoe sneller deze rijkdom wordt vernietigd, hoe minder schade zij kan aanrichten. Het heeft al lang genoeg geduurd. De tijd is aan ons!



